Praktijk

Zes fouten die je maakt als je zelf gaat tegelzetten

6 min lezenDoor Kevin Offermans

De zes fouten die het vaakst voorkomen: beginnen zonder tegelplan, een ondergrond die niet vlak of niet draagkrachtig is, het waterdicht maken overslaan, te weinig lijm waardoor er holtes ontstaan, voegmortel en kit door elkaar halen, en het werk te snel belasten. Ze hebben één ding gemeen: je merkt ze pas als het werk al klaar is.

1. Beginnen zonder tegelplan

De meest gemaakte fout, en meteen de meest zichtbare. Wie in een hoek begint en gewoon doorlegt, eindigt aan de andere kant met een strookje van drie centimeter — precies op de plek waar je binnenkomt en er dus als eerste naar kijkt.

Bepaal vooraf waar de hele tegels komen en waar het paswerk. Verdeel het snijwerk over beide zijden, zodat het symmetrisch oogt. Op ooghoogte en op de meest zichtbare wand horen hele tegels.

2. Een ondergrond die het niet aankan

Tegels zijn onverbiddelijk: ze volgen de ondergrond. Zit er een bult in de muur, dan steekt die tegel eruit en zie je dat in strijklicht meteen. Werkt de ondergrond of is hij niet draagkrachtig, dan komen de tegels op termijn los.

  • Controleer met een rei van twee meter of het vlak is.
  • Klop op de muur: hol klinkend stucwerk moet eraf.
  • Zuigende ondergronden eerst voorstrijken.
  • Houten ondergronden bijna altijd eerst voorzien van een tegelplaat.

3. Het waterdicht maken overslaan

Tegels en voegen zijn niet waterdicht. Water dringt door de voeg heen en bereikt de ondergrond. In een doucheruimte hoort daarom een waterdichte laag onder de tegels, met kimbanden in de hoeken en rond doorvoeren.

4. Te weinig lijm, of de verkeerde kam

Achter elke tegel hoort een volledig gevuld lijmbed. Zitten er holtes, dan breekt de tegel zodra er gewicht op komt of vriest hij los. Met een verkeerde kamgrootte krijg je die vulling niet.

  • Grotere tegels vragen een grotere lijmkam.
  • Op de vloer en bij grote formaten: lijm op de ondergrond én op de tegel aanbrengen.
  • Controleer af en toe: haal een net gelegde tegel eraf en kijk of de achterkant volledig bedekt is.

5. Voegmortel en kit door elkaar halen

Voegmortel is hard en beweegt niet mee. Overal waar twee vlakken samenkomen — hoeken, de aansluiting op de vloer, rondom het bad — treedt beweging op. Zet je daar voegmortel in, dan scheurt die binnen een jaar.

De regel is simpel: voegmortel tussen tegels in hetzelfde vlak, sanitairkit in elke hoek en bij elke overgang.

6. Te snel weer gebruiken

Tegellijm heeft tijd nodig om uit te harden voordat er belasting op mag. Loop je er te snel overheen, dan verschuiven tegels een fractie — net genoeg om de vlakheid te verpesten. Houd minimaal 24 uur aan voordat je voegt, en nog eens 24 uur voordat de douche in gebruik gaat.

Veelgestelde vragen

Kan ik zelf tegelzetten als ik handig ben?

Een rechte wand in een toilet is goed te doen. Een doucheruimte is een ander verhaal: daar zitten het waterdicht maken en het afschot van de vloer in, en dat zijn precies de onderdelen waar fouten het duurst uitpakken.

Welk gereedschap heb ik minimaal nodig?

Een tegelsnijder of natte zaag, een lijmkam in de juiste maat, een waterpas, een rubberen voegspaan, emmers en levelling clips. Huren kan bij de bouwmarkt.

Hoeveel extra tegels moet ik bestellen?

Tien procent bij recht leggen, vijftien procent bij een patroon. Bestel liever te veel: bijbestellen betekent vaak een andere productiebatch met een net iets afwijkende kleur.

Verder lezen